BEZOEKERSBLOG

 

Deze pagina staat open om te publiceren voor ieder. Je kunt proza insturen, bijvoorbeeld een column, blog, verhalend stukje fictie / non-fictie of een gedicht.

Het Schrijflab verzorgt de redactie. Voor bijdragen is het maximum verhoogd van 500 naar 1500 woorden (proza) en van 30 naar 60 regels (poëzie).

Op een gepubliceerde tekst(en) kan ieder reageren in het toegevoegde venster. In je reactie geef je bij voorkeur helder geformuleerde feedback op de inhoud, techniek en stijl. Of je drukt je waardering uit in een goed beargumenteerde vorm.

 

Ome Wolf en boze Roodkapje

Sneeuw dwarrelt langs de ruiten, sneeuw, dat komt Roodkapje goed van pas. Ze heeft zojuist in de stal het laatste restje hooi aan Tjeerd gevoerd, drie kruiwagens vol, en warmt nu haar handen boven de kachel. Precies een jaar geleden, de dag dat haar moeder verzoop, was het heel ander weer. Toen graasde Tjeerd al in de wei en plukte Roodkapje wilde narcissen voor op vaders graf – ach, had die nog maar geleefd, dan was dit alles niet gebeurd.

Van het venster dwaalt haar blik naar ome Wolf die in de oude schommelstoel ritmisch zit te dutten: krak krak knirp, krak krak knirp. Kraken de spijlen van de stoel of kraken de knokkels van ome Wolf? Roodkapje hoopt het laatste.

Ze is hem altijd ome Wolf blijven noemen, ook na hun eerste keer in de hooimijt: zjoep zjoep jouw (ze brandde), en na de tweede keer (ze vlamde) en de zoveelste keer (ze blééf gloeien) op haar krakkemikkig zolderbed, krak krak knirp, snel want moeder kon elk moment terugkomen van het melken, krk krk knrp, sneller, zo vuurde ze hem aan, kr kr krp.

 

Zelfs na dat vreselijke dorpsbal bleef hij ome Wolf voor haar: haar moeder had nog maar een week haar rouwhoofddoek afgelegd en meteen had ze de hele avond met ome Wolf gedanst. Quick quick slow verstrengelden hun lichamen zich, vlug vlug fast raasden alle dansparen terwijl Roodkapje muurbloemde, opbrandde, uitdoofde en wraak, wraak, wráák zwoer. En die nacht: het gekraak van het ouderlijk bed hield nooit meer op. Dus is ze hem altijd ome Wolf blijven noemen, ook al wilde haar moeder, toen ze opnieuw trouwde, dat Roodkapje hem pappa zou noemen.

Haar handen, die de koe vergiftigden en de oogst verbrandden, vel over been, grijpen in elkaar en ze strekt ze zodat de knokkels kraken: krik krik knirk.

Ze loopt naar de schommelstoel, stap voor stap voor stap wiegen haar heupen op het schommelstoelritme. Ze bemonstert de oude man, z’n vettige haren, de liefdevolle glimlach onder de snorhaartjes – pure misleiding! Zijn bleke huid met de grote moedervlekken – vlekken van moeder, vlekken van dat smerige schijtwijf! Roodkapje tandenknarst. Krak krak knirp.

Ze bukt. Rode neus met witte, uitstekende neushaartjes schiet onder haar ogen voorbij, schiet heen en weer en heen, zoef zoef zip en krak krak knirp, gelijk de inquisitieslinger boven de put van Edgar Allan Poe. Dit is de diabolische indruk die ze van hem wil hebben, dit heeft ze nodig. Alle woede die in haar is heeft ze nodig om hem vast te lassoën aan de stoel, dan naar de deur te schuiven en hem vervolgens als in een arrenslee door Tjeerd het paard, de enige die haar trouw is gebleven, naar het meertje te laten trekken.

Het meertje waar ze vorig jaar haar jankende en bagger schijtende moeder heenbracht, vastgebonden op de kruiwagen. Godzijdank hoeft ze dat bevlekte ding nu niet te gebruiken, god-zij-dank. Want al is ome Wolf net zo uitgehongerd als haar moeder toen was, ze was beslist veel lichter dan hij nu is, maar toch had het kruiwagenwiel het hardst gepiept van alles en iedereen, kriek kriek knierp, vooral toen ze haar het water inkieperde: krie-íék, plons.

 

Paul Braamberg

Schrijfworkshop Het personage in actie en reactie

16 april 2016.

 

reageer