BEZOEKERSBLOG

 

Deze pagina staat open om te publiceren voor ieder. Je kunt proza insturen, bijvoorbeeld een column, blog, verhalend stukje fictie / non-fictie of een gedicht.

Het Schrijflab verzorgt de redactie. Voor bijdragen is het maximum verhoogd van 500 naar 1500 woorden (proza) en van 30 naar 60 regels (poëzie).

Op een gepubliceerde tekst(en) kan ieder reageren in het toegevoegde venster. In je reactie geef je bij voorkeur helder geformuleerde feedback op de inhoud, techniek en stijl. Of je drukt je waardering uit in een goed beargumenteerde vorm.

 

In gesprek

‘Heb jij het Boekenweekgeschenk al gelezen?’

‘Ja zeker, maar dat ze daarvoor weer een veelschrijver kiezen, verbaast me toch wel.’ Met toegeknepen ogen tegen de zon inkijkend, zit hij naast me op het terras aan het IJ van Amsterdam. De stad van ons hart. Het water wordt door de glasplaat van de tafel weerspiegeld en doet zijn hoge bruinbank voorhoofd glanzen.

De ober: een mediterrane jongen in felblauw overhemd en rode broek komt naar ons toe. Hij maakt een lichte buiging. ‘Voor ieder één cappuccino, alstublieft. Twee cappuccino’s.‘

‘Nee, twee cappuccini,’ zegt Joub. ‘Het meervoud van cappuccino is cappuccini.’

’Oh, twee cappuccini’s,’  zegt de ober nu.

‘Ook fout,’ zegt Joub vrolijk. ‘Maar dat geeft niet; dat krijgt u vast nog wel bij de  nascholing. Als wij maar ieder een cappuccino krijgen.’

‘Is het niet goed, dat ze een bekende schrijver hebben genomen?’ zeg ik.

Hij legt zijn benen – na eerst zijn broek zorgvuldig opgetrokken te hebben  - op de stoel tegenover hem. Op doceertoon: ‘De essentie van het verhaal – dat om een briljant bioloog en een mooie vrouw draait, gaat over onbereikbaarheid en pijn. Denk jij dat een jong iemand zoiets wil lezen? Die willen een avontuur! En ouderen hebben al zoveel pijn en onbereikbaarheid ervaren, dat ze daar helemaal geen zin meer in hebben. Een misser dus. Ze hadden een onbekende schrijver moeten nemen: jou bijvoorbeeld. Maar dan moet er nog wel het een en ander aan de stijl verbeterd worden.’ Uitdagend kijkt hij mij aan – door de zonnebril kan ik dat niet met zekerheid vaststellen - en leunt achterover. Dit gedoe bederft wel mijn stemming.

‘Zo is het en daarom laat ik Tommy Wieringa voorgaan.’

Het valt me op hoe kaal hij wordt. De kapper is flink bezig geweest.  Zijn nek houdt hij schuin. Het Armani hemdje spant om zijn welvaartsbuikje, waar hij zijn vlezige handen op laat rusten. Maar niet voor lang. Daar is de ober al.

‘Appeltaart kan er bij. Hebt u appeltaart er bij?’ ‘Met slagroom? ‘ ‘Ja met slagroom.’ ‘Moet kunnen,’ zegt Joub.

Uit het glimmende zwarte koffertje – zou hij dat ding soms poetsen? – komt een doosje sigaartjes. Een Senoritas  wordt opgestoken. Even later kringelt de rook via de appeltaart langs mijn neus richting IJ.

‘Je hebt er geen bezwaar tegen, als ik eet onder het roken?’ zeg ik.

‘Nee, ga gerust je gang.’

 ‘Laten we het dan maar over mijnheer Rutte hebben,‘ zegt hij. ‘Wist je dat hij  pianist had willen worden.?’ ‘Dat had hij zeker moeten doen. De werkeloosheid neemt toe. De zorg wordt afgebroken en de banken vallen om.’ ‘Daar hoeven we het dan ook niet over te hebben. Jij hebt een dikke baan, kan driemaal per jaar op vakantie en je kostuums zijn ook niet van C&A.’

Hij trommelt op tafel.

‘We kunnen onder het genot van koffie en gebak eens praten,’ probeer ik nog.

‘Praten, hou toch op! Er wordt  zoveel gepraat, maar weinig gecommuniceerd. Waarbij ik onder communiceren nog versta: zo dicht mogelijk langs elkaar heen praten. Tot een echt gesprek komt men zelden, nou dat was vroeger wel anders.’

Vroeger? Hij is net dertig. De mobiel. ‘Ja, met Joub; nee ik ben niet echt bezet, zeg het maar.’ Een apparaatje wordt uit het met zijde beklede koffertje gehaald en hardop  met hoge snelheid ingevuld. Na de rookslierten vliegen nu woorden als doorstarten, aftasten, pijnpunten en groeimodellen over de taart richting IJ. Tien minuten later pak ik mijn linnen tasje en zeg: ‘De ober hoeft nog maar één cappuccino te brengen.’

 

Alfred Drent, maart 2014

reageer