BEZOEKERSBLOG

 

Deze pagina staat open om te publiceren voor ieder. Je kunt proza insturen, bijvoorbeeld een column, blog, verhalend stukje fictie / non-fictie of een gedicht.

Het Schrijflab verzorgt de redactie. Voor bijdragen is het maximum verhoogd van 500 naar 1500 woorden (proza) en van 30 naar 60 regels (poëzie).

Op een gepubliceerde tekst(en) kan ieder reageren in het toegevoegde venster. In je reactie geef je bij voorkeur helder geformuleerde feedback op de inhoud, techniek en stijl. Of je drukt je waardering uit in een goed beargumenteerde vorm.

 

Prelude en Andante

 

Op winteravonden speel ik piano in het stille deel van ons huis, waar vroeger het paard van boer Groenen stond. Niemand hoort me. Ik wil alleen zijn met mijn melodieën. De vloer en de muren zijn koud. Met plastic heb ik een stuk van de ruimte afgeschermd waar net de piano en een kacheltje in passen. Zo is het toch nog knus. Op de piano staan foto’s van de kinderen en van onze ouders. Ik heb ze er neergezet omdat ik heb gemerkt dat emoties diepte in mijn spel brengen. Er zijn twee stukken die ik vaak speel. Eerst de vierde prelude van Chopin. ‘De droevigste muziek die ooit is geschreven,’ zei de grote Chopinpianist Cortot. Mijn blik gaat dan naar de foto van onze dode zoon Eric. De foto is gemaakt toen hij een jaar of drie was. Zijn donkere ogen kijken me angstig en droevig aan. Alsof hij wist wat er ging komen. In die jaren schoof hij op zijn billen over de grond om bij zijn broertje te komen en met hem te spelen. Lopen kon hij pas later.

Mijn vingers raken de betraande toetsen amper aan. De simpele melodie wiegt me weg naar de altijd weer terugkerende vraag naar de zin van zijn leven. En van mijn leven. Als ik het emotionele deel van de prelude speel, kaatsen de klagende klanken terug van de balken. Schrijnend en wanhopig. Dan een bizar akkoord. Verzet tegen het noodlot. Dan zachter, zachter. Berusting.                                               

Terwijl ik speel, kijk ik door het halfronde stalraampje naar de koude maan die langzaam door de winterse bomen schuift. De prelude duurt van de eiken tot de linde. Zo telt Luna mijn tijd. Ze is mijn verdrietvriendin. Ze weet dat want als het maar even kan, komt ze luisteren. Als er wolken zijn mis ik haar.                                                                                                         

 

Het andante uit de Mondscheinsonate van Beethoven speel ik voor de foto van mijn moeder. Dat beeld van een van de vrouwen die me maakten zoals ik nu ben, grijpt me steeds meer aan naarmate de jaren verstrijken na haar dood en mijn eigen dood nadert. Hoe komt het dat deze muziek altijd verdriet oproept? Is mijn herinnering zo sterk geprogrammeerd? Ma vond dit stuk mooi. Ze kwam naast me zitten en luisterde. Nooit zei ze iets. Soms huilde ze. Ik begreep dat toen niet. Nu wel. Ze bracht het soms niet op om het lange andante helemaal aan te horen. Ze stond dan op, legde haar hand even op mijn schouder en stapte langzaam weg. Ik speelde door. Ik hoor nog hoe de sombere, trage, donkere klanken, lager en lager, achter haar aan golfden. Ik dacht dat dat altijd zo zou blijven.                                                                                                                       .                                                                                                                               

Herinneringen aan Eric en mijn moeder komen uit mijn oude, kromme vingers die bijna een toets zijn weggebogen. Ze zullen het doodslied van Chopin en de wanhoop van Beethoven niet lang meer kunnen spelen. Even nog maken ze de doden weer levend, zijn ze weer bij me, terwijl vriendin Luna wijs glimlachend toekijkt. Ze zal blijven kijken, ook als ik muziek ben geworden uit de handen van mijn kinderen en kleinkinderen.

 

 

Ger de Wind, januari 2014

reageer