BEZOEKERSBLOG

 

Deze pagina staat open om te publiceren voor ieder. Je kunt proza insturen, bijvoorbeeld een column, blog, verhalend stukje fictie / non-fictie of een gedicht.

Het Schrijflab verzorgt de redactie. Voor bijdragen is het maximum verhoogd van 500 naar 1500 woorden (proza) en van 30 naar 60 regels (poëzie).

Op een gepubliceerde tekst(en) kan ieder reageren in het toegevoegde venster. In je reactie geef je bij voorkeur helder geformuleerde feedback op de inhoud, techniek en stijl. Of je drukt je waardering uit in een goed beargumenteerde vorm.

 

Dag van gisteren

 

Op een dag, in de week dat de eerste sneeuw viel, gebeurde het. Hoe het kon gebeuren, dat begreep ze nog steeds niet. Op weg naar het klooster van de Zusters, langs het natuurgebied, was ze afgeleid door de serene rust van de grazende Galloways.  De neuzen die de sneeuw wegduwden. De koeien hadden geen last van de snijdende wind, alsof het voor hen altijd zondag was.

Het bracht haar terug naar de late zondagmiddagen waarop zij Jan had geholpen bij het melken. Hij kon dan nog gaan biljarten na de hoogmis.
Bevangen door deze herinnering was ze verder gefietst, onder de stilte van de bomen. De lucht die langzaam één leek te worden met het grauwe landschap. Het morgenlicht, verscholen achter de wolken, weerkaatste grijs op de platgereden sneeuw. De ijslaag in de sloot.      
          
Met een ambulance is ze binnengebracht. Onderkoeld en met een hersenschudding. Dat vertelde de verpleegster vannacht. En nog geen half uur geleden kwam een man vragen stellen. Natuurlijk wist ze wat voor dag het was. Hoe lang ze al in het ziekenhuis lag? Wie onze koningin is? Ook had hij het over een dagje naar een andere afdeling. Voor geheugentestjes en puzzeltjes. Stond die rolstoel daarom naast haar bed? De verpleegsters konden nog meer vertellen. Slechte heup of niet, ze kon best nog lopen. Zou ze de weg beter hebben gekend, dan zou ze het liefst naar huis willen. Met de nieuwe pijnstillers die ze vannacht had ingenomen. Die werkten wel.
Ze herkende het heerlijke gevoel van de spuiten die ze vroeger had gekregen, nadat ze hier met spoed was opgenomen. Door hevig bloedverlies na een bevalling. ‘Ik was je bijna kwijt,’ vertelde Jan later. De buurt kwam zelfs bij elkaar om voor haar te bidden, bloed af te staan.  
Is Jan hier een paar jaar geleden ook niet opgenomen geweest omdat hij vergeetachtig werd? Hij had thuis het toilet niet meer kunnen vinden. Terwijl zij sliep plaste hij in een glas of in een of andere keukenhoek. Gelukkig nooit in bed. Dat Jan dement was verklaard leek voor de omgeving moeilijker te zijn dan voor Jan of voor haar.      

‘Hij weet het nog allemaal goed, maar is het meteen weer vergeten.’ Hoe vaak moest ze dát sindsdien zeggen? Als buren, zelfs familieleden, voor hem gingen staan, zich naar hem bogen om zijn blik te vangen, terwijl ze vroegen: ‘Weet je nog wie ik ben? Ken je me nog?’
Een arts in het verpleeghuis vroeg zelfs hoe zijn vrouw heette. En dat na zestig jaar bij elkaar. De twinkeling in de ogen die hij haar dan schonk, met de plagende toon in zijn antwoord: ‘Dat ik dat toch niet meer weet. Wat ben ik toch een klootzak.’

Ja, ze wist het nog als de dag van gisteren. Maar niet dat ze zondag in een sloot fietste. Dat vertelden de kinderen haar.

 

Ria Knijnenburg

Schrijfworkshop: De Taal van de Winter

  • kees de klerk
  • 15-02-2013

Nu zelf nog een keer gelezen nadat jij dit verhaal voorgelezen had hartstikke mooi dat je weer aan het schrijven bent gegaan. Groetjes

reageer