HET SCHRIJFPROCES: SCHEMATISCH EN OOK WEER NIET

 

Het schrijfproces is geen pasklare procedure die je probleemloos kunt doorlopen om bij een resultaat uit te komen. Het is een recursief proces dat elke keer anders uitpakt. De ene keer maak je notities, de andere keer schrijf je een tekst en vervolgens ga je opnieuw plannen omdat het schrijven stokt.

 

Zowel bij het schrijven van proza, poëzie en non-fictie kunnen problemen ontstaan.

Schrijvers weten bijvoorbeeld niet hoe te beginnen. Ze wachten op inspiratie, hopen op een idee dat in een flits verschijnt of ze beginnen simpelweg zinnen op de schrijven in de hoop dat er iets komt en belanden op een dood punt.

 

‘Uitstel is lekker. Van alle werk is uitstel het lekkerst. Ik heb een paar computers en een hele rits mooie vulpennen, zodat het elke dag een enorme stoelendans kan worden.’

Gerrit Komrij

 

Behalve het niet weten hoe te beginnen kan zich dus het probleem voordoen van het blokkeren. De schrijver is aan het werk en probeert alle ideeën die hij heeft in het verhaal te stoppen. En dan stokt het. Een teveel aan ideeën zit hem dwars; waar hij beter zou kunnen selecteren wat bruikbaar is voor zijn doel. Hij komt niet verder, hikt aan tegen een deadline en heeft te kampen met een schrijfprobleem.

Een goed begrip van het schrijfproces en de middelen die een schrijver ter beschikking staan kan helpen zulke schrijfproblemen op te lossen.

 

Globaal is het schrijfproces opgedeeld in vier fasen. De eerste fase staat in het teken van het plannen waarover je gaat schrijven. In de tweede fase brainstormt de schrijver om op ideeën te komen. In de derde fase komt het echte schrijven in beeld, de eerste versie. Tot slot belandt hij in de vierde fase. Hij leest wat hij op papier heeft staan en werkt aan verbetering van het non-fictie- fictie-verhaal of het gedicht: de herschrijffase.

 

Laten we die fasen eens nader bekijken:

 

De eerste stap is het plannen, de voorbereiding van het schrijven. Wat is het onderwerp? Wat is het thema? Waar begin je mee? Wat wil je vertellen of zeggen? Wat is het probleem van de hoofdpersoon? Waar eindig je mee? Waar concentreer je op in een gedicht? Waar zoom je op in? Hoe geef je het vorm? 

Bovendien kan de schrijver zich de vraag stellen hoe hij de overgangen tussen begin, midden en einde logisch maakt voor de lezer: het verbinden van het ene punt in het verhaal met het andere punt of bij een gedicht tussen de ene strofe en de andere. Bij non-fictie zal in de planningsfase noodzakelijk ook alle informatie worden verzameld en onderzocht. Welke bronnen wil de schrijver raadplegen? Papieren bronnen als boeken, tijdschriftartikelen, kranten zijn vaak ook digitaal te raadplegen. En met het vinden van bronnen via Google en Wikipedia kan hij het proces van informatieverwerking aanzienlijk versnellen. Daarnaast kan de schrijver visuele bronnen raadplegen als Youtube, films op dvd, theatervoorstellingen, musea. En last but not least is de eigen ervaring, kennis en herinnering ook een onuitputtelijke bron bij het schrijven in elk genre. Wanneer de schrijver dit verzamelde materiaal heeft verkend kan het gebeuren dat hij zijn planning wil herzien omdat de bronnen zijn ideeën in een andere richting hebben gestuurd.

 

Na de planning gaat de schrijver door de brainstormfase. Hij maakt eerst notities van zijn onderwerp. Dat kan door lijstjes te maken van ideeën en associaties, ideeën te genereren door middel van een associatiespin of woordweb. Of hij kan een bepaalde tijd doorschrijven zonder stoppen om op een associatieve manier alles op papier te gooien wat hem te binnen schiet. 

Aan het eind van iedere brainstormfase is er dan het moment van het verzamelen, de inventarisatie. Welke ideeën, invallen, informatie, kennis observaties heeft hij gespuid? Wat kan de schrijver daarmee? Welke richting zal hij uitgaan met zijn verhaal? Hoe zet hij de lijnen uit in het licht van het eerste idee dat hij had. De schrijver zal een keuze moeten maken en die keuze heeft invloed op de schrijfroute die hij volgt.

 

Na het brainstormen maakt de schrijver de overstap naar de derde fase. Het schrijven zelf. Hij weet waarover het verhaal gaat. Hij weet wat hij zeggen wil en hij ziet het schrijftraject voor zich. Tijd voor de eerste versie. 

De ene schrijver zet meteen een kladversie op papier, komt snel in een flow. De ander moet rommelen, tobben over alinea’s, weggooien en omgooien, knippen en plakken en opnieuw beginnen.

 

In laatste instantie landt de schrijver aan bij het herschrijven. Hij leest zijn eerste versie, onderstreept zinnen, markeert interessante alinea’s en krast overbodige zinnen door. Hij haalt zijn eerste versie van het verhaal of gedicht door de kritische zeef. 

Dat kan hij ook aan anderen overlaten. Aan een collega bijvoorbeeld, aan de leden van zijn schrijfgroep of aan het netwerk van schrijvers waartoe hij behoort. Hij vraagt om stimulerende of kritische feedback. Wat is beeldend? Wat spreekt aan? Wat is de rode draad van het verhaal? Na de feedback, het kritisch scannen van de tekst, komt dan het echte schrijfwerk aan de orde. Want schrijfwerk is het, het herschrijven. Het maakt integraal onderdeel uit van het schrijfproces. De schrijver voegt alinea’s toe. Hij voelt dat dingen onvoldoende zijn uitgewerkt en breidt zijn verhaal uit met zinnen, alinea’s om zulke zwakke punten tegen te gaan. Andere paragrafen moet hij juist deleten. Ook kan hij het verhaal of gedicht over het geheel verbeteren op woordkeus, qua formulering to the point maken, stilistisch polijsten (bij een gedicht schaven aan rijm, klank, regel- en strofe-indeling) of de zinsbouw vervolmaken. En uiteindelijk kan hij de spelling controleren en corrigeren.

 

Natuurlijk is het schrijfproces nooit zo schematisch als het hier wordt gepresenteerd. De fasen zijn echter altijd herkenbaar en aanwijsbaar. Ook al lopen ze door elkaar, ze keren steeds terug. De fasen zijn onverwisselbaar identiek maar ze schuiven door elkaar als spotlights in diverse kleuren op een podium. Het persoonlijke proces is in de kern gelijk aan ieder ander schrijfproces en toch ook weer anders. En dat maakt het zo interessant.

 

 

Koos van den Kerkhof